RoMeO-lezing: Studentenleven in de Middeleeuwen
Door Annemarieke Willemsen
Annemarieke Willemsen, conservator collectie Middeleeuwen van het Rijksmuseum van Oudheden, schetst hoe het studentenleven aan universiteiten in Europa tussen 1200 en 1600 eruitzag. Ze kijkt hierbij naar het dagelijks leven van middeleeuwse en vroegmoderne studenten, gebaseerd op archeologische, kunsthistorische en geschreven bronnen. Juist in combinatie geven die een bijzonder kijkje in een studentenkamer en collegezaal van vijfhonderd jaar geleden..
Studentenleven in de Middeleeuwen
De universiteit is een van de belangrijkste uitvindingen van de Middeleeuwen. Vanaf de twaalfde eeuw trokken studenten uit heel Europa naar nieuwe kenniscentra: eerst naar Bologna, Oxford en Parijs, later naar universiteiten dichter bij huis, zoals Leuven, Franeker en Leiden. Ze kwamen af op specifiek onderwijs en beroemde professoren, maar werden ook aangetrokken door het studentenleven zelf. Ze gingen wonen in colleges of studentenhuizen en hadden eten, kleren, tassen, schrijfmateriaal en vooral studieboeken nodig. Ze gingen ook sporten, muziek maken, drinken en gokken, en belandden in vechtpartijen. Hun aanwezigheid veranderde deze plaatsen in universiteitssteden, die nog altijd als zodanig herkenbaar zijn.
Annemarieke Willemsen, conservator collectie Middeleeuwen van het Rijksmuseum van Oudheden, schetst hoe het studentenleven aan universiteiten in Europa tussen 1200 en 1600 eruitzag. Ze kijkt hierbij naar het dagelijks leven van middeleeuwse en vroegmoderne studenten, gebaseerd op archeologische, kunsthistorische en geschreven bronnen. Juist in combinatie geven die een bijzonder kijkje in een studentenkamer en collegezaal van vijfhonderd jaar geleden..
Studentenleven in de Middeleeuwen
De universiteit is een van de belangrijkste uitvindingen van de Middeleeuwen. Vanaf de twaalfde eeuw trokken studenten uit heel Europa naar nieuwe kenniscentra: eerst naar Bologna, Oxford en Parijs, later naar universiteiten dichter bij huis, zoals Leuven, Franeker en Leiden. Ze kwamen af op specifiek onderwijs en beroemde professoren, maar werden ook aangetrokken door het studentenleven zelf. Ze gingen wonen in colleges of studentenhuizen en hadden eten, kleren, tassen, schrijfmateriaal en vooral studieboeken nodig. Ze gingen ook sporten, muziek maken, drinken en gokken, en belandden in vechtpartijen. Hun aanwezigheid veranderde deze plaatsen in universiteitssteden, die nog altijd als zodanig herkenbaar zijn.